12 januari 2026
Leidt een ernstige AVG-overtreding automatisch tot schadevergoeding?
AUTEUR
Wanneer heeft iemand recht op schadevergoeding?
In discussies over privacyclaims wordt vaak verondersteld dat een ernstige overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) automatisch recht geeft op schadevergoeding. De gedachte is begrijpelijk: hoe zwaarder de inbreuk, hoe groter de aanspraak. Toch klopt deze redenering juridisch niet altijd. Het Europese recht hanteert een ander uitgangspunt.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft hierover belangrijke duidelijkheid gegeven in zaak C-667/21. De kernboodschap van deze uitspraak is helder: niet de ernst van de overtreding, maar het bestaan van daadwerkelijke schade is doorslaggevend voor een aanspraak op schadevergoeding op grond van artikel 82 AVG.
Artikel 82 AVG: schade als voorwaarde
Artikel 82 AVG geeft betrokkenen het recht om schadevergoeding te vorderen wanneer zij materiële of immateriële schade hebben geleden als gevolg van een inbreuk op de AVG. Daarmee is schade geen bijzaak, maar een essentieel vereiste. Zonder schade ontstaat er geen recht op compensatie.
In de genoemde uitspraak benadrukt het Hof dat artikel 82 AVG geen punitief karakter heeft. In rechtsoverwegingen 85 en 86 wordt expliciet vastgesteld dat de schadevergoeding uitsluitend een compensatoire functie vervult. Het doel is het vergoeden van daadwerkelijk geleden schade, niet het bestraffen van de verantwoordelijke voor de ernst van de overtreding.
Ernst van de inbreuk is niet doorslaggevend
Dit betekent dat zelfs een ernstige of structurele AVG-schending niet automatisch leidt tot een schadevergoedingsplicht. De ernst van de inbreuk kan relevant zijn in andere contexten, zoals bij handhaving door de toezichthouder of bij de hoogte van een bestuurlijke boete, maar speelt geen zelfstandige rol bij de beoordeling van een civiele schadeclaim.
In de praktijk blijkt dat betrokkenen of hun gemachtigden regelmatig wijzen op de zwaarte van de overtreding, bijvoorbeeld door te benadrukken dat fundamentele privacyrechten zijn geschonden. Zonder onderbouwing van concrete materiële of immateriële schade is dit echter onvoldoende om een geslaagd beroep te doen op artikel 82 AVG.
Aantoonbare schade blijft vereist
Voor een succesvolle schadeclaim moet de betrokkene kunnen aantonen:
- dat er sprake is van een AVG-inbreuk;
- dat hij of zij daadwerkelijk schade heeft geleden (materieel of immaterieel);
- dat er een causaal verband bestaat tussen de inbreuk en de schade.
Het Hof maakt hiermee duidelijk dat schade niet mag worden verondersteld of automatisch aangenomen. Ook immateriële schade moet concreet en reëel zijn, en kan niet uitsluitend worden gebaseerd op het enkele feit dat een overtreding heeft plaatsgevonden.
Betekenis voor organisaties
Voor organisaties betekent deze jurisprudentie dat zij niet iedere privacyclaim zonder meer hoeven te accepteren. Een kritische beoordeling van de gestelde schade is gerechtvaardigd en noodzakelijk. De toon of stelligheid van de tegenpartij mag daarbij niet doorslaggevend zijn.
Dit neemt uiteraard niet weg dat AVG-naleving essentieel blijft. Overtredingen kunnen leiden tot boetes, reputatieschade en toezichtmaatregelen. Maar civielrechtelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 82 AVG vergt meer dan alleen een ernstige fout.
Conclusie
Een zware overtreding van de AVG leidt niet automatisch tot een recht op schadevergoeding. Alleen wanneer sprake is van aantoonbare, concrete schade kan artikel 82 AVG met succes worden ingeroepen. Geen schade betekent geen schadevergoeding, ongeacht de ernst van de inbreuk.





